Vergetengroenten.be uw online moestuingids

Kardoenrassen

“19° eeuwse kardoenrassen”

Kardoen is een ‘bleekgroente’ die nauw verwant is aan artisjok : maar ipv. de bloemen worden hier de gebleekte bladeren en stelen gebruikt. Het bleken van de bladstelen (stengels) gebeurt door middel van stro of plastiek en is echt nodig om zachte en minder bittere stelen te oosten.
Sommige tuinders gebruiken ook de jonge kardoenbloemen, op dezelfde manier als artisjokbloemen.
Vooral in Frankrijk en Italië zijn kardoenen populair en de rassen die hier besproken worden zijn dan ook afkomstig uit deze landen.

‘Puvis’ ‘Roodstelige kardoen’ en ‘Gigante d’Ingegnoli’ zijn drie mooie aparte kardoenrassen die ontstaan zijn in de 19° eeuw.
De oudste is waarschijnlijk *‘Puvis’ , een reuzevarieteit bekomen door de Franse tuinbouwkundige Puvis uit Lyon. Tussen zijn zaailingen bekwam hij een plant met abnormale grote bladeren en armdikke stengels . Na jarenlange teelt en selectie noemde hij dit ras ‘Puvis’.

roodstelige kardoen

De Luikse botanicus Charles Morren (1807-1858) beschrijft deze kardoen uitvoerig in zijn “Palmes et Couronnes de l’Horticulture de Belgique—annuaire rétrospectif des expositions de fleurs, fruits et légumes organisés depuis 1845 jusqu’en 1850, par les soins du...” , een apart tuinboek over Belgische bloemen, fruit- en groentententoonstellingen rond 1845-50.
Ch.Morren : “...’Puvis’ is inderdaad heel bijzonder , we telen hem jaarlijks in onze botanische tuin te Luik samen met andere rassen en hij steekt werkelijk uit boven alle andere kardoenen door zijn enorme bladeren van meer dan
2 m. lengte en door zijn doornloze stelen. Sinds enkele jaren wordt hij met succes geteeld in de streek van Mechelen. De Mechelse teelt is wel heel speciaal: planten worden opgepot in grote manden gevuld met houtkrullen en goed bemest met o.a. compost en mestgier. Tijdens de ‘jachtfeesten’ worden ze uit de grond gehaald en op tafel geplaatst waar ze een prachtig schouwspel opleveren , tot grote verbazing van de jagers die meer vertrouwd zijn met dieren dan met planten...”

kardoenrassen


**‘Roodstelige’ (VERDW.03) , ‘Cardon à côtes rouges’
“De beste soort van stekelloze kardoenen, de ribben en bladstengels zijn vol, vleezig zonder draden, bruinrood van kleur, welke door het wit maken der plant in een lieflijk vleeschkleurachtig rosetint overgaat” schreef F.Burvenich in
“Jaarboek voor Hofbouwkunde”-Gent-1866- artikel over “Nieuwe of weinig verspreide groenselplanten”
Volgens Ch.Morren (1848) is deze ‘zowel bruikbare als decoratieve’ kardoen afkomstig uit de Plantentuin van Marseille en zou door een zekere M.Delecourt-Gouffé verspreidt zijn.

Het derde ras is van Italiaanse origine , ***‘Gigante d’Ingegnoli’ en werd door het bekende Milanees zaadhuis ‘Fratelli Ingegnoli’ op de markt gebracht rond 1890. Waarschijnlijk een variante op ‘Puvis’.







‘Puvis’
‘Roodstelige’
‘Gigante d’Ingegnoli’
Botanische naam :
Cynara cardunculus
Periode aanbod :
‘Puvis’ en ‘Gigante d’Ingegnoli’ zijn vrij verkrijgbaar. ‘Roodstelige’(VERDW.03) is blijkbaar verdwenen.

Illustratie uit “Catalogo delle sementi e pianti—Fratelli Ingegnoli--Milano-1897-“

Auteur: Guy Dirix